FOTO'S
LINKS
OVER 'de BOL'
OVER 'het NL'
HOME
BESTUUR

      

Mail het Bestuur

 

Mail de Webmaster

 

Leerlingenboek BOL-NL

Raadpleeg het

'Leerlingenboek'

 

(alleen voor leden).

Leerlingenboek BOL-NL

 

R

E

Ü

N

I

Reünie en lustrum BOL-NL

 

 

A

L

V

ALV BOL-NL

 

U

I

T

J

E

Schoolreisje BOL-NL

 

B

O

R

R

E

L

Borrel BOL-NL

U vindt ons ook op

 

 

 

Bond van Oud-Lyceïsten

 

Nederlandsch Lyceum

Tijdens de reünie op 3 oktober 2009 is door de heer J. Schoon, oud-docent Nederlands, een toespraak gehouden waarin de geschiedenis en het bijzondere karakter van onze school centraal stonden.

 

 

HET  LYCEUM   HONDERD   JAAR  OUD

 

Toen de grote staatsman Thorbecke in 1863 zijn wet op het middelbaar onderwijs ook in de Eerste Kamer zag aangenomen, sprak hij de profetische woorden: "Wij gaan, Mijne Heeren, eene groote en blijvende weldaad aan het land bewijzen".

De toen mogelijk gemaakte H. B. S. zou de eerste stap zijn op weg naar een nieuw onderwijs. Die nieuwe school beoogde, om nogmaals Thorbecke te citeren, "de vorming van die talrijke burgerij, die naar algemene kennis, beschaving en voorbereiding voor de onderscheidene bedrijven der nijvere maatschappij tracht'. En daarvoor moest dan gekozen worden op 12-jarige leeftijd.

De directeur van de gemeentelijke H. B. S. in Dordrecht, dr. A. van Oven (een van de voormannen van de latere S. D. A. P.) publiceert in 1883 een artikel waarin hij pleit voor een regeling waarbij de voor H. B. S. of gymnasium bestemde leerlingen eerst drie jaar een (nieuwe) middelbare school volgen, waarna ze kunnen kiezen voor bijvoorbeeld drie jaar gymnasium of twee jaar H. B. S.

Dan verschijnt in 1898 een brochure waarin enkele prominente landgenoten (onder wie dr. Van Oven) aandringen op uitstel van de beroepskeus door een school mogelijk te maken als voorbereiding op de studie van H. B. S. en gymnasium. De redactie van De Gids vraagt dan een van de ondertekenaren, de oud-rector van het Zwolse gymnasium dr. J. H. Gunning Wz,. een artikel te schrijven over de organisatie van ons onderwijs.

Als man van de praktijk wijst hij er op dat de klassieke talen onmogelijk aanspraak kunnen maken op een plaats in de ontwikkeling van alle hoger ontwikkelden. Hij schrijft dan: "Het leerplan van de eerste drie leerjaren van gymnasium en H. B. S. moet volkomen gelijk worden gemaakt en het overwicht daarin moet worden toegekend aan de drie moderne talen. Het onderwijs op gymnasium en H. B. S. en hun "vóórscholen" moet geregeld worden in één nieuwe wet die tevens het (gemeenschappelijk) toezicht op dat onderwijs regelt".

In die tijd, zo'n honderd jaar geleden, wordt in onze stad al druk geëxperimenteerd met een nieuwe vorm van onderwijs, niet met leren door luisteren, maar door doen.

Op de Koningin Emmakade 30 hebben de Leidse fabrikant C.H.Krantz en de minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid ir.C.Lely een school opgericht waar onder leiding van de onderwijzer P. T. van der Meulen nieuwe inzichten een kans krijgen en waar - voor het eerst - handenarbeid een plaats in het leerplan krijgt. De school trekt de aandacht, krijgt meer leerlingen en moet verhuizen naar Buitenhof 48. Naast de kinderen Krantz en Lely zijn daar ook kinderen van dr. Roosenburg, staatsraad Asser en van Jan Ligthart, hoofd van een lagere school in de Tullinghstraat, midden in de Haagse Schilderswijk. In 1897 gaat er al zo'n roep uit van wat daar gebeurt, dat bijvoorbeeld de Koningin-Moeder en prinses Wilhelmina een langdurig bezoek brengen.

In de onderwijswereld gist het, de ideeën van Jan Ligthart vinden meer en meer aanhangers en onder hen bevindt zich een jonge bankier, die meent dat de school Buitenhof 48 als basis kan dienen voor een grotere inrichting. En deze nauwlijks 20-jarige bankier, J.H.Kann, hoofd van het Haagse bankiershuis Lissa en Kann, met een feilloos gevoel voor de behoeften en stromingen van de tijd, zette de school toen om in de Haagsche Schoolvereniging, stichtte een nieuw gebouw aan de Nassaulaan, de bekende witte villa. Daar begon in september 1902 het nieuwe lager onderwijs met het idee van Kann om ook voor het middelbaar onderwijs nieuwe ideeën te verwerkelijken.

In hetzelfde jaar vraagt Ligthart de jonge Casimir mederedacteur te worden van zijn tijdschrift School en leven en die schrijft dan bijvoorbeeld:"Wij zien de toekomst. We bouwen nieuwe scholen en stelsels in onze gedachten, in onze vergaderingen, in onze bladen". In het gebouw van de Haagsche Schoolvereniging houdtin 1905 deze Casimir een voordracht, waarin hij pleit voor de nieuwe middelbare school met voor alle leerlingen een gemeenschappelijke onderbouw en als daartoe in hetzelfde jaar wordt besloten door het bestuur van die H.S.V. wordt Casimir als hoofd van die Vervolgschool benoemd.

Dan komt mr.J.Limburg in beeld. Hij is geïnteresseerd, hij ziet mogelijkheden en wijdt zijn beste krachten aan de school. Naast zijn werk - later - als vertegenwoordiger van ons land bij de Volkenbond, voorzitter van tal van staatscommissies, curator van de Leidse universiteit, adviseur en/of bestuurslid van vele instellingen, heeft hij een bijzondere rol gespeeld in de ontwikkeling van een nieuw type onderwijs.

In november 1907 heeft hij in zijn villa Candida op de Oude Scheveningseweg 108 een bijzonder gezelschap uitgenodigd. Men kwam bijeen niet alleen om van gedachten te wisselen met betrekking tot de Vervolgschool maar om een daad te stellen. Zo komt in de zomer van 1908 een vereniging tot stand en in de vergadering van 11 mei 1909 wordt besloten een Lyceum te stichten. Daarover schrijft J.H.Gunning een artikel, waarop dr.A.van Oven reageert. Hij verwijt de Haagse initiatiefnemers dat zij nu een particuliere school stichten, "een modelinrichting, waar toch alleen "the upper ten" van zullen profiteren" , waar alleen "de kinderen van de bezittende klasse partij van trekken; voor het volk is daarmee niets gedaan".

 

                                               verder >

Deze tekst is ook te downloaden als

Word-document of als pdf.